Monthly Archives: april 2006

Zorgpremie voor remigranten en pensionados aangepast

Persbericht, 27-4-2006

De zorgpremie voor mensen die in het buitenland wonen met een Nederlands pensioen of uitkering wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2006 aangepast. Dit schrijft minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Uit voorlopige cijfers blijkt dat de bijdrage voor bijna iedereen lager zal zijn.

De zorgpremie wordt berekend door middel van de “woonlandfactor”. Deze factor krijg je als je de gemiddelde zorgkosten van het woonland deelt door de gemiddelde kosten die in Nederland gelden. Over het algemeen geldt dat de kosten voor zorg in het buitenland lager zijn dan de kosten in Nederland. Door de woonlandfactor te vermenigvuldigen met de normale Nederlandse premie, valt de premie voor de remigranten en pensionado’s bijna altijd lager uit.

Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) berekent de woonlandfactor voor alle EU-landen en verdragslanden, zoals Marokko en Turkije, afzonderlijk. De minister komt in mei met specifieke berekeningen.

Meer info (en een berekening) bij Ministerie van VWS >>>>>> Klik hier

FNV doet een voorstel voor de oplossing van de zorgproblemen van de in het buitenland wonende postactieven

De FNV wijst er op dat in artikel 18 van het EG verdrag staat: . Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven enz. De burger die in een andere lidstaat gaat wonen of werken hoeft zich niet te verantwoorden. Het vrij verkeer van personen en van werknemers is een grondrecht.
De postactieven worden via de Europese coördinatieverordening ‘ondergebracht’ bij de sociale zorgverzekering in hun woonland. De politiek breed gedragen doelstelling van de ZVW, te weten: ‘één wettelijke sociale zorgverzekering – naar draagkracht – voor alle inwoners’, heeft in grensoverschrijdende situaties geleid tot een aantal ondoordachte effecten voor de postactieve niet-inwoners.

Het uitgesproken vonnis van de Rechtbank ’s Gravenhage (d.d. 31 maart jl) stelt de gepensioneerden voor de helft in het gelijk. Het vonnis van de President heeft het karakter van een Salomonsoordeel. Dat alles leidt er toe dat de sociale onzekerheid en onduidelijkheid blijft voortduren. De FNV acht deze situatie volstrekt ongewenst.

De FNV heeft daarom voor deze groep een helder en uitvoerbaar alternatief ontwikkeld. De FNV stelt voor om de nominale heffing af te schaffen en de vergoeding aan het woonland via een inkomensafhankelijk bijdrage naar draagkracht over de postactieven om te slaan. Daarmee worden een aantal problemen opgelost, terwijl tevens de onpraktische en bureaucratische procedure voor de aanvraag van een zorgtoeslag kan komen te vervallen. >Bron: Fnv/Europa/Grensarbeid
Ger Essers
(06/04/2006)

Uitkering en in het buitenland wonen.

Met uw Nederlandse uitkering in het buitenland wonen, dat klinkt u misschien als muziek in de oren. Het leven is er vaak goedkoper en het weer aangenamer dan in Nederland. Of het ook kan, hangt af van de uitkering die u ontvangt en het land waar u naartoe gaat. Want sinds 1 januari 2000 is de Wet beu van kracht.
De letters ‘beu’ staan voor ‘beperking export uitkeringen’. Zoals de naam al zegt, beperkt de Wet beu de mogelijkheden om een Nederlandse uitkering in het buitenland te ontvangen.
De uitkering kan alleen nog worden uitbetaald in landen waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt over de controle op de uitkering. Die controle is nodig om periodiek te kunnen beoordelen of u nog wel recht hebt op de uitkering. Gecontroleerd wordt bijvoorbeeld of u samenwoont en of u arbeidsinkomsten hebt.
Zijn deze afspraken er niet, dan wordt uw uitkering (met uitzondering van het basisbedrag van de AOW) stopgezet als u in dat land gaat wonen. De uitkering wordt pas voortgezet als er een verdrag met uw woonland wordt gesloten of als u weer in Nederland woont. De uitkerende instantie (UWV of SVB) licht u in als er alsnog een verdrag gesloten wordt met uw land.

Woonde u al voor het jaar 2000 met een AOW-, Anw-, WAO- of Waz-uitkering in een land waar geen verdrag mee is gesloten, dan kunt u uw uitkering daar blijven ontvangen.

Bepaalde uitkeringen vallen niet onder de Wet beu, omdat u die sowieso maar zeer beperkt -en onder strenge voorwaarden- naar het buitenland mee kunt nemen. Het gaat om de Wajonguitkering, de WW-uitkering en de toeslag op grond van de Toeslagenwet. De regering vindt dat u voor deze uitkeringen eigenlijk in Nederland moet wonen. Bijstand kunt u helemaal niet in het buitenland ontvangen.

Koninklijke Marine in een kwaad daglicht

Ik heb van 1969-2003 gediend bij de Koninklijke Marine met als laatste varende functie Chef Verbindingsdienst aan boord van het M-fregat Hr.Ms. Tjerk Hiddes. Van mijn ruim 20 ´man´ personeel was het grootste gedeelte van het vrouwelijk geslacht.

Toen de seks- en druksverhalen in de krant en op televisie verschenen was mijn eerste reactie: dit kan niet, is niet waar en zeker niet in deze vorm. Ik ken de Koninlijke Marine en durf te beweren dat leidinggevenden aan boord van een oorlogsschip dit soort toestanden zouden onderkennen en hierop aktie zouden nemen.

Het is mijn overtuiging dat iemand hier een duistere rol speelt, uit wraak? Jaloezie? Wie weet, dit komt vaker voor (en niet alleen bij de K.M.).

De media hebben hierin (wederom) een twijfelachtige rol gespeeld, waarbij schijnbaar geen sprake is geweest van ´investigative reporting´ (eerst onderzoek, dan publicatie). Zij hebben er hiermee voor gezorgd dat de Koninklijke Marine ernstig geschaad is in naam en eer en ik wens de bevelhebber en alle ex-collega´s veel sterkte bij het restaureren van de zeer goede reputatie die wij, overal te wereld, hebben.

Hieronder een reactie van opvarenden van Hr.Ms. Tjerk Hiddes.

Opvarenden Hiddes zijn vuilspuiterij zat

Sex sells. Dat weten de media ook. Vandaar dat een verhaal als in de Oplinie (AFMP) van een vrouwelijke matroos die zou zijn aangerand ‘gefundenes Fressen’ is. Zeker als daarbij ook nog wat sappige details worden vermeld.

Bijvoorbeeld dat mannelijke opvarenden een vrouwenverblijf zouden zijn ‘binnengedrongen’ en zich te buiten zouden zijn gegaan aan het betasten van vrouwenlijven, ‘zelfs intieme delen daarvan’. Het ongewenst betasten van een ander noem je meestal aanranding, maar zo’n woord is natuurlijk veel te objectief.

En als klap op de vuurpijl: een vrouwelijke matroos zou door een korporaal naar haar kooi zijn gebracht en daar ‘in haar slaap’ zijn verkracht. Verder zou men zich aan boord vermaken met het (bij het ontbijt) kijken naar bestiale pornofilms. Helemaal erg zou het zijn in buitenlandse havens, want dan moet werkelijk iedereen stomdronken zijn geweest. En uiteraard worden er ook kilo’s cocaïne naar binnen geschoven. Zo’n bewering gaat er aan het eind van een opsomming als hierboven ook wel in als een gesneden lijntje.

Maar de opvarenden van de Tjerk Hiddes zijn er duidelijk niet blij mee. Sterker nog: ze zijn woest!

“Er staan allerlei verhalen over de Tjerk Hiddes in de kranten en bladen. Geloof me, het is allemaal onzin. Je denkt toch niet dat het hier een Sodom en Gomorra is?” Dit zegt een mannelijke korporaal aan boord van Hr.Ms. Tjerk Hiddes. De korporaal vraagt zich af wat hij kan doen tegen de vuilspuiterij over ‘zijn’ schip. Het gaat tenslotte al om wangedrag dat in 2004 gebeurd zou zijn. En hij is niet de enige, zo blijkt al snel.

Een vrouwelijke matroos voelt zich persoonlijk gegriefd. Zij wordt er door haar familie op aangesproken. “Maar ik ben in 2005 aan boord gekomen, dus met die verhalen uit 2004 heb ik niets te maken. De Tjerk Hiddes is een leuk schip om op te werken. Of er geen vervelende dingen gebeuren tussen de mannen en de vrouwen aan boord? In de kroeg gebeuren vervelendere dingen. Daar wordt ik wel eens in mijn billen geknepen, aan boord niet. En als ik van bepaald gedrag niet gediend ben, dan laat ik dat weten. Als ik iets niet leuk vind, dan zeg ik dat. Klaar!”

Ook over het vertonen van pornofilms in het manschappenverblijf (het caf) is zij duidelijk. “Natuurlijk worden die vertoond. Ik begrijp ook wel dat die 18-jarige jongens die net van huis komen en die daar niks mogen, het heel stoer vinden om naar zo’n film te kijken. Maar als ik zeg dat ik het niet wil zien, dan stopt de vertoning.”

Ook een andere vrouwelijke matroos 1 is niet blij. “Ik stoor me mateloos aan dat duimzuigverhaal”, zegt ze over het de publicatie in de media. “Ik vraag me ook af hoe al die verhalen in de wereld komen. Ik zou er zelf bij geweest moeten zijn, want het gaat om mijn slaapverblijf. Maar ik verzeker je dat niemand mij met ook maar met 1 vinger heeft aangeraakt als ik dat niet zelf wilde. Niemand is bij mij in mijn kooi gekropen, zolang ik hier aan boord geplaatst ben. En dat is al sinds 2003. Ik heb hier mijn takenboek gedaan en deed mijn werk goed. Nee, er zijn echt geen hordes mannen ons verblijf binnengedrongen zoals gesuggereerd wordt. Natuurlijk, er komen wel eens mannen binnen, maar die kloppen eerst op de deur. Bijvoorbeeld als we in de haven liggen en ze vragen ons of we meegaan de wal op.”

En hoe zit het dan met dat bovenmatig drinken tijdens een havenbezoek? “Ik heb het nog nooit meegemaakt hier aan boord dat mensen zo dronken waren dat ze vervelend gingen doen. Ja, het is inderdaad een mannenwereld. Maar ik heb me nooit onveilig gevoeld aan boord. Ik stoor me niet aan schuine moppen. Ik stoor me wel aan een verhaal dat een collega in haar slaap verkracht zou zijn terwijl dat pertinente onzin is. Ik zeg niet dat er aan boord geen seksuele contacten zijn. Dat gebeurt als mensen een relatie met elkaar krijgen, dus vrijwillig.”

Ze heeft naar eigen zeggen al die tijd dat ze aan boord is met plezier gewerkt. Ook tijdens de maanden met ‘oorlogswacht’ (12 uur op 12 uur af). “Ik heb een heel leuke reis gehad, ook al was het zwaar werk. Maar daar kies je voor. Ik verbaas me trouwens over de gretigheid waarmee de media dit publiceren. Ze hebben volgens mij geen goed onderzoek gedaan, want wij zijn niet gehoord vooraf. Ik begrijp ook niet dat de staatssecretaris meteen gaat dreigen met mogelijke ontslagen als het onderzoek nog moet plaatsvinden.”

Waar lacht een Duitser om?

Boze tongen beweren dat Duitsers geen, maar dan ook absoluut geen humor hebben. Dat is niet waar. Maar "humor in Duitsland is een serieuze zaak" zeggen ze wel eens, oftewel: "In puncto Humor, verstehen wir keinen Spaß." Het klopt aardig. Diezelfde boze tongen beweren dat in Duitsland de zaken zo goed geregeld zijn, dat er nooit misverstanden voorkomen. En er dus ook geen grapje aan te pas hoeft te komen om een pijnlijke situatie te redden...
Hoe werkt Duitse humor?

Voor Duitsers is het dagelijks leven niet doorspekt met kleine grapjes of ironische opmerkingen. In tegendeel. Het leven is immers een serieuze zaak. Dan kun je ook wat zwaarder op de hand zijn...

En toch klopt dat beeld niet helemaal. Als mensen elkaar langer en beter kennen is er voor humor volop plaats. Maar tegen een onbekende onaangekondigd een grapje maken brengt menige Duitser van zijn stuk.

Volgens de bekende Duitse talkmaster Alfred Biolek ontbreekt het de Duitsers aan "sense of humour", de kunst zich zelf niet zo serieus te nemen. Humor is in Duitsland een kwestie van afspraak: "hier begint humor, daar eindigt het". Het zou immers maar een rommeltje worden als iedereen maar een grapje gaat maken...

Zorgproblemen postactieven buitenland

FNV doet een voorstel voor de oplossing van de zorgproblemen van de in het buitenland wonende postactieven
De invoering van de Zorgverzekeringswet heeft bij de in het buitenland wonende postactieven tot grote sociale onzekerheid geleid. De ZVW heeft vooral grote gevolgen gehad voor de voorheen particulier verzekerde postactieven.

De FNV wijst er op dat in artikel 18 van het EG verdrag staat: . Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven enz. De burger die in een andere lidstaat gaat wonen of werken hoeft zich niet te verantwoorden. Het vrij verkeer van personen en van werknemers is een grondrecht.

De postactieven worden via de Europese coördinatieverordening ‘ondergebracht’ bij de sociale zorgverzekering in hun woonland. De politiek breed gedragen doelstelling van de ZVW, te weten: ’één wettelijke sociale zorgverzekering – naar draagkracht – voor alle inwoners’, heeft in grensoverschrijdende situaties geleid tot een aantal ondoordachte effecten voor de postactieve niet-inwoners.

Het uitgesproken vonnis van de Rechtbank ’s Gravenhage (d.d. 31 maart jl) stelt de gepensioneerden voor de helft in het gelijk. Het vonnis van de President heeft het karakter van een Salomonsoordeel. Dat alles leidt er toe dat de sociale onzekerheid en onduidelijkheid blijft voortduren. De FNV acht deze situatie volstrekt ongewenst.

De FNV heeft daarom voor deze groep een helder en uitvoerbaar alternatief ontwikkeld. De FNV stelt voor om de nominale heffing af te schaffen en de vergoeding aan het woonland via een inkomensafhankelijk bijdrage naar draagkracht over de postactieven om te slaan. Daarmee worden een aantal problemen opgelost, terwijl tevens de onpraktische en bureaucratische procedure voor de aanvraag van een zorgtoeslag kan komen te vervallen.

Een nadere onderbouwing van het FNV standpunt Klik hier!.

Bron: Ger Essers, Fnv

Waarom fiets je in Duitsland niet naar je werk?

In Duitsland is de fiets een soort sporttoestel òf een soort vervoersmiddel voor arme mensen. Fietsen in Duitsland lijkt soms op maatschappijkritiek of lokt vragen uit als: “Is je auto soms kapot?”. Hoe dan ook: Je bent daar al snel een alternatieveling als je de fiets als dagelijks vervoersmiddel gebruikt.

in de steden
De steden zijn er niet op gebouwd, en nieuwbouwwijken krijgen ook maar mondjesmaat de voorzieningen die wij als gewoon ervaren: een breed fietspad, eigen tunnels voor fietsers, eigen stoplichten enz.

platteland
Ook op het platteland is niet eenvoudig. Mooie geasfalteerde fietspaden en bewegwijzering tussen dorpjes en steden zijn er maar weinig. Er fiets ook gewoon niemand van dorp naar stad. De grotere afstanden en het landschap zijn de belangrijkste schuldigen.

veel fietsen
En toch barsten de Duitsers van de fietsen, ze hebben er minstens zo veel per hoofd van de bevolking als Nederlanders. Maar ze gebruiken de fiets in het dagelijks leven meestal hooguit voor een fietstochtje op zondag of in de vakantie, of voor een kleine boodschap vlak in de buurt. Er gaan niet veel mensen met de fiets naar hun werk.

Voor fietstochten kun je de Duitsers overigens wel warm krijgen. Volgens de ADFC (Allgemeiner Deutscher Fahrrad-Club) doen meer dan twee miljoen Duitsers jaarlijks een fietsvakantie. Het meest geliefd zijn Nordrhein-Westfalen, Bayern, Niedersachsen en Schleswig-Holstein.

Een bericht van Victor

Geloof de kranten niet…

Kranten berichten over de uitslag van het kort geding van uitkeringsgerechtigden in het buitenland(zie eerder bericht onder). De uitleg hiervan is niet altijd juist.

Noord-Hollands dagblad, zaterdag 1 april 2006

Rechter steunt pensionado’s

Den Haag – De regering laat gepensioneerde Nederlanders die in het buitenland wonen te hoge premies betalen voor de AWBZ, de premie waarvan bijvoorbeeld bejaardenzorg wordt betaald. De rechtbank van Den Haag heeft dat gisteren geoordeeld in een kort geding dat de pensionado’s eerder tegen de Staat hadden aangespannen. De rechtbank vindt het op zich geoorloofd dat de regering de gepensioneerden de premie in rekening brengt, ook al kunnen de pensionado’s zelf nauwelijks aanspraak maken op de zorg, omdat die in de landen waar zij wonen nauwelijks voorhanden is. Maar het bedrag van ruim 5000 euro per jaar per verzekerde vindt de rechter te gortig. De uitspraak betekent waarschijnlijk dat de premie met ongeveer de helft zal dalen.

*** opmerking: een in het buitenland wonende ´pensionado´ betaalt op dit moment 8,8% Awbz-bijdrage over een premie-inkomen van max 30.632 euro. Dit betekent dat deze premie maximaal 2.695 euro per jaar kan zijn en niet 5.000 euro, zoals in bovenstaand artikel genoemd.

Informatie Zorgverzekering voor Nederlanders in het buitenland

Wonen of werken in het buitenland

Postbus 51 heeft een speciaal telefoonnummer geopend voor Nederlanders die wonen of werken in het buitenland:
+31 (0)10 – 428 95 51, bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 17.30 uur.

Gepensioneerden deels in het gelijk gesteld

Zoals wellicht bekend hebben uitkeringsgerechtigden in het buitenland, verenigd in de stichting ´Internationale Club voor Nederlandse Gepensioneerden´ – ICNG) een kort geding tegen de staat aangespannen tegen het feit dat zij per 1 jan 2006 gedwongen zijn zich via Nederland voor ziektekosten te verzekeren. Het kort geding was aangespannen door de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland en vijf individuele gepensioneerden, wonend in andere EU-landen.

Op grond van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet en artikel 6.3.1 van de Regeling zorgverzekering, beide van kracht sinds 1 januari 2006, moeten Nederlandse gepensioneerden die in het buitenland wonen een bijdrage betalen aan het College zorgverzekeringen. Deze bijdrage dient als vergoeding voor de zorg waarop deze personen in hun woonland aanspraak kunnen maken. De basis hiervoor ligt in een Europese Verordening inzake de sociale zekerheid. Nederland (“het pensioenland”) is verplicht tot afdracht aan de woonlanden in kwestie.

Keuzerecht gepensioneerden?
Volgens de eisers verplichten de Europese regels de gepensioneerden niet om zich te laten inschrijven bij het bevoegde orgaan in hun woonland. Als iemand ervoor kiest om zich niet te laten inschrijven, is hij, in de visie van de eisers, niet verplicht tot betaling van de bijdrage aan het College zorgverzekeringen op grond van de Zorgverzekeringswet. Het vragen van die bijdrage in een dergelijk geval is volgens hen dus onrechtmatig. De voorzieningenrechter heeft dit betoog niet gevolgd. De rechter heeft geoordeeld dat de Europese regelgeving in dit opzicht dwingend is en niet verbiedt dat de Nederlandse wetgever deze gepensioneerden verplicht tot het betalen van de bijdrage aan het College zorgverzekeringen.

Hoogte van de bijdrage onrechtmatig?
Een tweede onderwerp van geschil betreft de hoogte van de bijdrage. Een belangrijk deel daarvan wordt gevormd door een bedrag dat in de Regeling zorgverzekering is gesteld op 70% van de premie die Nederlandse ingezetenen moeten betalen voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). De eisers achten dit deel van de bijdrage, dat in hun “ door de Staat niet betwiste “ berekening kan oplopen tot Euro 5.074 per persoon per jaar, onrechtmatig.

Voor deze kwestie is overigens het volgende van belang. Wie in het buitenland woont heeft geen aanspraak op verstrekkingen op grond van de AWBZ. In diverse landen bestaan geen of nauwelijks voorzieningen van een zelfde aard. Afgezien daarvan is er vaak een groot verschil tussen de bijdrage die de gepensioneerden in kwestie aan het College zorgverzekeringen moeten afdragen en het bedrag dat Nederland aan het desbetreffende woonland moet doorbetalen.

De voorzieningenrechter is tot het oordeel gekomen dat de Nederlandse regelgeving op dit laatste punt onmiskenbaar onrechtmatig is. Volgens de rechter worden ongelijke gevallen in dit opzicht ten onrechte gelijk behandeld. Hij heeft de tegenargumenten van de Staat verworpen. Aan de Staat is het gebod opgelegd om deze regeling buiten toepassing te laten voorzover de bijdrage die de betrokkenen hier in Nederland moeten betalen uitgaat boven het bedrag dat de Staat aan het woonland in kwestie moet afdragen. Voor het overige zijn de vorderingen afgewezen.