Winterbanden – verplicht of niet?

Het niet gebruiken van winterbanden in winterse omstandigheden in het buitenland kan reden zijn voor een boete, strafrechtelijke vervolging en medeaansprakelijkheid bij ongevallen. Reden daarvoor is dat het verkeer in gevaar wordt gebracht omdat men met zomerbanden minder grip op de weg heeft en de remweg onnodig lang is.

De meeste Nederlandse auto’s rijden op wat ze in het buitenland zomerbanden noemen. Uit recente tests is gebleken dat het verschil tussen zomer- en winterbanden steeds groter wordt. Dit heeft tot gevolg dat zomerbanden niet meer geschikt zijn in winterse omstandigheden. De remweg is veel langer en de grip op de weg onvoldoende.
Een auto met Nederlands kenteken moet ook in het buitenland aan het Nederlandse voertuigreglement voldoen en ons voertuigreglement kent geen onderscheid tussen zomer- en winterbanden. Echter er kunnen omstandigheden zijn waarbij andere landen extra eisen mogen stellen. Dit is bij winterse omstandigheden het geval. De eisen zoals hieronder aangegeven, gelden ook voor auto’s met een Nederlands kenteken.

Duitsland

Let op: vanaf mei 2006 moeten auto’s in winterse omstandigheden beschikken over een winteruitrusting. Onder die winteruitrusting vallen met name voor winterse omstandigheden geschikte banden en voldoende ruitensproeiervloeistof. Deze verplichting geldt ook voor Nederlandse auto’s. De boete op het rijden met ongeschikte banden is € 20; in geval van gevaarzetting of hinder is de boete € 40 en 1 strafpunt. Naast een boete kan het niet gebruiken van winterbanden leiden tot (mede)aansprakelijkheid bij ongevallen omdat de bestuurder van een auto op zomerbanden minder goed kan reageren op onverwachte situaties. Immers zonder winterbanden is er in winterse omstandigheden minder grip en een langere remweg.Als er winterbanden gemonteerd zijn, dan moet men zich houden aan de voorgeschreven maximumsnelheid van de band. Indien deze snelheid lager is dan die van de auto, moet deze maximumsnelheid met een voor de bestuurder zichtbare sticker worden aangegeven.

Bron: Anwb – sep 2006

Zeer actueel: kabinetsstandpunt over grensarbeidersproblematiek

Ter voorbereiding van het overleg in de Tweede Kamer op heeft het kabinet haar standpunt gepubliceerd. Hierin worden o.a. de door de FNV gestelde vragen beantwoord.

Mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doe ik u hierbij de antwoorden toekomen op de vragen en opmerkingen die de vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer de Staten-Generaal heeft voorgelegd ter voorbereiding op het op 6 december a.s. te houden algemeen overleg. In deze brief wordt tevens ingegaan op de brieven van de Vereniging Europese Grenslandbewoners van 31 mei 2006 en de FNV van 1 juni 2006.

Minister Zalm

Bijlage brief Kabinet & FNV brief d.d. 1 juni 2006

FNV standpunt AO TK Grensarbeiders.doc

VSO inzake grensarbeidersproblematiek (t.b.v. AO 06 dec. 2006) (1).doc

Bron: Fnv

Verhuizen als uitkerings- of pensioengerechtigde

Als u naar het buitenland verhuist, komt er een einde aan uw zorgverzekeringen via de AWBZ en de Zorgverzekeringswet. Alleen bij verhuizing naar een EU-/EER-/verdragsland geldt, dat u in dat land mogelijk recht hebt op medische zorg ten laste van Nederland.
Verhuist u naar een land waarmee Nederland géén verdrag heeft gesloten, dan moet u altijd zelf een ziektekostenverzekering afsluiten. Dit geldt ook voor de Nederlandse Antillen en Suriname.

Bij verhuizing naar een EU-/EER- of verdragsland moet u vooraf een aantal stappen zetten om in uw nieuwe woonland van uw recht op medische zorg gebruik te kunnen maken.

1. Informeer vóór de verhuizing uw uitkerings- of pensioeninstantie. Overigens behoudt u niet altijd uw recht op uitkering of pensioen bij verhuizing naar het buitenland; uw uitkerings- of pensioeninstantie kan u daarover meer vertellen.
2. Informeer vóór de verhuizing ook uw huidige zorgverzekeraar. Doe dat zodra de verhuisdatum bekend is.

Als u de verhuizing te laat doorgeeft, loopt u het risico dat u niet meteen recht op medische zorg heeft in uw nieuwe woonland. Vraag ook bij uw zorgverzekeraar naar de gevolgen van uw verhuizing voor uw eventuele aanvullende verzekering(en).

Taak uitkerings-/pensioeninstantie
De Nederlandse uitkerings- of pensioeninstantie gaat een bijdrage op uw uitkering of pensioen inhouden voor de medische zorg in uw nieuwe woonland. Daarnaast informeert de uitkerings- of pensioeninstantie het CVZ over de datum van uw verhuizing. Het is dus van belang dat u de juiste datum opgeeft.

Taak zorgverzekeraar
Uw zorgverzekeraar beëindigt op de datum van uw verhuizing uw bestaande zorgverzekering en stopt met het innen van de nominale premie. Ook de verzekeraar informeert het CVZ over de verhuizing van u en uw eventuele gezinsleden.

Taak CVZ
Nadat het CVZ bericht over uw verhuizing heeft ontvangen, verstuurt het CVZ het verdragsformulier 121; dit is een verklaring waarin staat dat u recht hebt op medische zorg in uw nieuwe woonland. Afhankelijk van het woonland zendt het CVZ het formulier òf aan uzelf òf rechtstreeks aan de verzekeringsinstelling van uw nieuwe woonplaats; in het laatste geval ontvangt u alleen een bevestigingsbrief. Als u het formulier zelf ontvangt, dan kunt u zich daarmee als verzekeringsgerechtigde laten inschrijven bij de verzekeringsinstelling in uw nieuwe woonplaats. Het CVZ stuurt u dan ook onderstaande brochure toe.

Als u binnen Europa verhuist, dan hebben uw gezinsleden die meeverhuizen een eigen formulier 121 nodig. Als het CVZ over hun gegevens beschikt, dan stuurt het CVZ dat formulier mee; zo niet, dan zal de verzekeringsinstelling in uw nieuwe woonplaats daarom vragen.
In andere verdragslanden zal de verzekeringsinstelling van uw nieuwe woonplaats de gezinsleden op uw formulier 121 vermelden.
Voor alle landen geldt trouwens dat uw gezinsleden niet automatisch zijn meeverzekerd; de verzekeringsinstelling van het woonland zal dat namelijk bepalen aan de hand van de eigen wetgeving.

Nog geen formulier 121? Vult u dan het aanvraagformulier 121 in.

Klik hier voor het downloaden van de brochure van het Cvz.

Bron: Cvz

Uw ziektekostenverzekering in internationale situaties

In Nederland zijn de meeste ziektekosten gedekt door twee wettelijke verzekeringen:

1. de Zorgverzekeringswet (Zvw), een basisverzekering voor gebruikelijke medische zorg; en
2. de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), een volksverzekering voor onverzekerbare risico’s.

De meeste inwoners wonen èn werken in Nederland, zijn daardoor standaard verzekerd voor de AWBZ en in dat geval ook automatisch verzekerd voor de Zvw. Ook bij studie of een Nederlandse uitkering of pensioen is de situatie duidelijk. Maar hoe zit het met uw verzekering wanneer er een internationaal aspect bij komt kijken? Bijvoorbeeld omdat u tijdelijk in het buitenland studeert? Of omdat u in het buitenland woont en in Nederland werkt? Of omdat u een Nederlands pensioen ontvangt terwijl u in het buitenland woont? Uw persoonlijke situatie bepaalt dan of u bent verzekerd voor de AWBZ en de Zvw.

Speciale positie Duitsland

Met Duitsland heeft Nederland voor een aantal situaties afspraken gemaakt die kunnen afwijken van de algemene internationale afspraken. Die situaties – met eventuele bijzonderheden – zijn op deze site niet nader uitgewerkt, maar kunt u vinden in onderstaand document

VERZEKERINGSSITUATIES IN RELATIE MET DUITSLAND – Klik hier (Pdf document)

Bron: Cvz

De kosten voor invullen Duits belastingaangifte (Steuerberatungskosten) zijn aftrekbaar

Het Hof van Justitie heeft uitgesproken dat de Steuerberatungskosten, die grensabeiders maken, aftrekbaar zijn voor de Duitse Einkommensteuer.

Voor officiele tekst Hof van Justie – klik hier!

Ook het keuzerecht voor de gezinsleden van de grensarbeiders: gelijkheid in het woonland én gelijkheid in het werkland!

De grensarbeider betaalt zijn zorgpremie in het werkland. Logischerwijze krijgt hij in zijn woonland dezelfde zorg als zijn buren (gelijkheid met de buren). De grensarbeider betaalt in het werkland de premies die gekoppeld zijn aan het zorgniveau in dat werkland.

Natuurlijk kan het zo zijn dat het zorgpakket in het woonland slechter dan wel beter is dan wel anders is dan het zorgpakket in het werkland. Dat wordt veroorzaakt door de verschillen in de gezondheidzorgstelsels. Dit probleem van onevenwichtigheid wordt ‘opgelost’ door de grensarbeider – en vanaf dit jaar ook de meeverzekerde gezinsleden – het keuzerecht te geven. Kiest de grensarbeider voor zorg in zijn werkland, dan krijgt hij exact dezelfde behandeling als zijn collega’s. Kiest hij voor het woonland dan krijgt hij exact dezelfde behandeling als zijn buren. Kiezen is echter niet gemakkelijk. Een probleem is ook de keuze voor een aanvullende verzekering: afsluiten in het werk- en/of woonland? Een ander probleem is dat het keuzerecht abrupt beëindigd wordt als er geen sprake meer is van grensarbeiderschap.

Het blijft altijd appels en peren vergelijken. Het valt niet mee om als werknemer elke dag op en neer te pendelen tussen 2 sociale stelsels. Daar zouden de nationale politici eens wat meer respect voor moeten hebben.

Bron: Ger Essers/Fnv

Wonen in België: ZVW/AWBZ-bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar

Postactieven die in België wonen en in Nederland de verplichte ZVW/AWBZ-bijdragen betalen, kunnen deze als aftrekpost opvoeren voor de Belgische personenbelasting. Op deze ZVW/AWBZ-bijdragen past Nederland een korting toe van 66% (woonlandfactor). Indien men in België in het 40% belastingtarief valt, dan betekent dit dat er nog eens een korting van 40% op de in Nederland betaalde ZVW/AWBZ-bijdragen plaatsvindt. Een korting in het kwadraat.

Meer informatie vindt u hier.

Bron: Ger Essers/Fnv

GRENSOVERSCHRIJDEND WERK

Woonlandfactor heeft voor de voormalige ziekenfondsverzekerden – wonend in het buitenland – zeer positieve inkomenseffecten!

Vóór de invoering van de nieuwe zorgverzekeringswet woonden er al vele tienduizenden ziekenfondsverzekerden in een andere Lidstaat van de Europese Unie. Zij betaalden in Nederland de volledige ZFW- en AWBZ-premies en waren door middel van een E-121 ingeschreven in hun woonland alwaar ze recht hadden op het woonlandpakket.
Ten gevolge van de nieuwe zorgverzekeringswet veranderde voor deze groep materieel niet zo veel. In plaats van de verplichte ZFW- en AWBZ-premies op het Nederlandse niveau werden er ZVW/AWBZ-bijdragen geheven eventueel in combinatie met de zorgtoeslag.

Deze groep gaat er ten gevolge van de zogenaamde woonlandfactor enorm in inkomen op vooruit. In plaats van de volledige ZFW/AWBZ-premies (2005) betaalt men bij wonen in Spanje, Portugal, Frankrijk of België in 2006 slechts 36 % resp. 28% resp. 66% resp. 62% van de verplichte ZVW/AWBZ-bijdragen. Het enige financiële nadeel als gevolg van de nieuwe zorgverzekeringswet is dat alleenverdienersgezinnen géén recht meer hebben op de algemene heffingskorting voor de partner zonder inkomen. De FNV en de Belgische vakbonden ACV/ABVV zetten zich enorm in voor het herstel van de uitbetaling van de algemene heffingskorting. Er is enig optimisme dat deze zeer sociale eis door de Nederlandse overheid ingewilligd zal worden.

Zie voor meer informatie over de woonlandfactor in Duitsland én de invloed hiervan op uw ziektekostenpremie de pagina ´Ziektekosten´ op onze website!

Bron: Ger Essers/Fnv

Zorgtoeslag in het buitenland – waar belast?

1. De zorgtoeslag zal in het woonland belast worden. Het restartikel in de DBV(belastingverdrag) wijst dit toe aan het woonland. Het woonland zal de eigen wetgeving toepassen en zal op basis van de eigen wetgeving beoordelen of er voor de zorgtoeslag een heffingsgrondslag is.

2 . Er is een andere benadering mogelijk, namelijk dat men in het woonland stelt dat de zorgtoeslag gezien moet worden als een korting op/teruggave de Nederlandse zorgpremie/bijdrage, die men moet betalen en die verminderd wordt op grond van het lage inkomen…

Dan kan/zal men deze zorgtoeslag -zijnde een teruggave van de hoge zorgpremie/bijdrage – niet belasten.

Het is dus aan te raden tegenover de belastingdienst in uw woonland (in Duitsland het Finanzamt) redenering 2 te gebruiken.

Bron: Ger Essers, Fnv

De grensoverschrijdende werknemer

Bij grensoverschrijdend werken worden Nederlandse bedrijven en instellingen vaak geconfronteerd met ingewikkelde arbeidsrechtelijke, fiscale en sociale vraagstukken.

In het boek De grensoverschrijdende werknemer beschrijven de auteurs – Carlo Douven, Ger Essers en Joost Smits – een groot aantal grensoverschrijdende casussen op heldere wijze beschreven. Het boek biedt de lezer de mogelijkheid om zelf een eerste analyse van de situatie te maken. In het boek is o.a. aandacht voor grensarbeiders, migrerende werknemers, werken in 2 landen, inkomende en uitgaande detachering binnen en buiten de Europese Unie.

Deze praktische gids is geschreven voor P&O-functionarissen, HR-managers, salaris-administrateurs, intercedenten van uitzendondernemingen, fiscaal adviseurs, ondernemingsraden, arbeidsrechtjuristen, MKB-adviesbureau’s, HBO-studenten, vakbonds-bestuurders/consulenten én natuurlijk de grensarbeider zelf!

Meer informatie en bestellen? Klik hier!