Casus
Verkopers van onroerend goed kunnen mogelijk strengere informatieverplichtingen krijgen, zoals het informeren over mogelijke renovatiekosten. Het Bundesgerichtshof (BGH) behandelde in mei 2023 een zaak uit Hannover en stelde een vonnis van het Oberlandesgericht (OLG) Celle ter discussie, waarin de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de koper werd gelegd. In principe is iedereen zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de benodigde informatie. De concrete verdeling van de informatieverplichtingen en plicht tot opheldering moet echter zorgvuldig worden onderzocht in elk afzonderlijk geval.
Tijdens de behandeling werd onder andere gediscussieerd over het feit dat de verkoper de documenten met betrekking tot het object in een virtuele dataroom had geplaatst om de koper in staat te stellen ze zorgvuldig te onderzoeken (due diligence). Maar kon zij ervan uitgaan dat geïnteresseerden dit zelfstandig zouden controleren? Of moet er duidelijk worden gewezen op speciale - met name achteraf verstrekte - documenten? Volgens Brückner kan het ook een verschil maken of de documenten bedoeld zijn als expertiserapporten, waarin specifiek naar gebreken wordt gezocht, of dat ze bedoeld zijn voor financieringsvragen bij een bank.
De advocaat van de koper zei dat de verkoper vanaf het begin een alomvattend beeld moet geven in een dergelijke dataroom. Als er achteraf iets wordt toegevoegd, moet hij daarop wijzen.
In het concrete geval gaat het om de aankoop van meerdere commerciële eenheden in een groot gebouwencomplex voor meer dan 1,5 miljoen euro. De eisende vennootschap voelt zich bedrogen omdat ze te laat op de hoogte werd gesteld van de hoge kosten voor het onderhoud van het gemeenschappelijk eigendom. Het verslag van een belangrijke vergadering van mede-eigenaars werd pas drie dagen voor de ondertekening van het contract in de dataroom geplaatst door de verkoper. Volgens de eiseres gebeurde dit "stiekem" en werd het haar "toegeschoven".
Er was tot 50 miljoen euro begroot voor de renovatie. Omdat de meerderheidsaandeelhouder niet wilde betalen, belandde de zaak voor de rechter.
In januari 2020 eindigde de procedure aanvankelijk met een schikking waarbij een speciale heffing zou worden opgelegd aan de eigenaren van de commerciële eenheden. Daarna vocht de eiseres de koopovereenkomst aan. Daarin verklaarde de verkoper onder andere dat er met uitzondering van één geen speciale heffingen waren besloten. Verder stond erin dat de verkoper de koper verslagen van de afgelopen drie jaar van de vergaderingen van mede-eigenaars had verstrekt en dat de koper op de hoogte was van de inhoud van de documenten.
De advocaat van de verkoper zei dat de koper de tekst van het contract elf dagen voor ondertekening had gekend. Als ze dan geen vragen stelde, was dat "volledig haar eigen schuld". De koper moet zorgvuldig kijken welke informatie hij nodig heeft en heeft. Wie het betreffende onroerend goed - het Ihme-Zentrum in de wijk Linden - ziet, kan de al jaren opgebouwde achterstand in renovatie waarnemen.
Het OLG Celle had geoordeeld dat er tot aan de ondertekening van het contract geen speciale heffing was besloten; in die zin had de verkoper geen onjuiste informatie verstrekt. Dit zal het gerechtshof - samen met de volledigheid van de documenten - ook nog onderzoeken.
Volgens de Duitse Vereniging van Makelaars (IVD) vindt een due diligence-onderzoek praktisch altijd plaats. "Elke koper controleert voorafgaand aan een aankoop of het object aan de verwachtingen voldoet." Meestal gebeurt dit echter niet georganiseerd of via derden. Dat gebeurt eigenlijk alleen bij grotere transacties of als het gebruikelijk is voor de koper.
Het gerechtshof zal naar verwachting in september 2023 een uitspraak doen in Karlsruhe. Mogelijk moet het OLG Celle ook nogmaals over de zaak oordelen.
Met vriendelijke toestemming van het Kantoor alpmann-froehlich.de
Belangrijke onderwerpen zijn het toepasselijke recht bij grensoverschrijdende erfenis, wettelijke en testamentaire erfopvolging, de soorten testament, rechtskeuze, vermogensoverdrachten en tal van andere belangrijke vraagstukken meer
Gaarne zouden wij u ook bij de aankoop van een huis in Duitsland mogen begeleiden - zoals reeds meer dan 350 Nederlanders in de laatste jaren
Wilt u zo snel mogelijk gebruik maken van onze service neem dan contact op
Wat is erfrecht en hoe werkt het?
Het erfrecht regelt wat na het overlijden van iemand met zijn of haar vermogen, de zogenoemde nalatenschap, moet gebeuren. Zowel naar het Nederlandse als naar het Duitse recht blijven goederen na het overlijden van de oorspronkelijke eigenaar niet zonder eigenaar. Op het moment van overlijden gaat elk vermogensbestanddeel dat tot de nalatenschap behoort, op een nieuwe eigenaar over, ook wanneer hij of zij hiervan niet op de hoogte is.
In de meeste rechtsstelsels van de wereld gaat de eigendom in een rechte lijn naar beneden (kinderen of kleinkinderen) of naar boven (ouders of grootouders) en bij gehuwde erflaters (gedeeltelijk) aan de echtgenoot of partner over. In het Duitse recht erven bijvoorbeeld de kinderen, wanneer de vader niet getrouwd is en drie kinderen heeft, elk een derde van de nalatenschap. Is hij wel getrouwd, erft de echtgenote volgens het erfrecht een kwart, afhankelijk van het huwelijksregime soms twee kwart. De rest wordt dan onder de kinderen voor gelijke delen verdeeld.
Een legaat is niet hetzelfde als een erfenis. Bij een legaat bepaalt de erflater in een testament dat de legataris een bepaald voorwerp uit de nalatenschap moet ontvangen, bijvoorbeeld een schilderij, een geldbedrag of de auto van de overledene. In dat geval moet de erfgenaam, de eigenaar van het voorwerp, dit aan de legataris overhandigen, die daarna de eigenaar wordt.
Zowel het Nederlandse als het Duitse recht kennen een zogenoemde wettelijke erfopvolging waarbij dus bij wet is bepaald wie erfgenaam wordt. Daarnaast kan volgens beide rechtsstelsels in principe elke volwassene een testament opstellen. Hierin kan hij of zij vastleggen wie erfgenaam wordt of wie een legaat ontvangt. Voor zover het testament aan de wettelijke vereisten voldoet (Nederland: notariële akte, Duitsland: handgeschreven of notariële akte), kan in het testament van de wettelijke erfopvolging worden afgeweken. De moeder kan daarom bepalen dat bijvoorbeeld maar een kind de erfgenaam wordt of een riendin, Greenpeace of iemand anders.
In Duitsland kunnen echtgenoten ook een gezamenlijk testament opstellen. Daarnaast kunnen twee of meerdere personen een erfovereenkomst afsluiten. Zij hoeven geen familie van elkaar te zijn. In beide gevallen is het testament of de erfovereenkomst uiterlijk vanaf het moment van overlijden van de eerste echtgenoot of partij, die de overeenkomst heeft afgesloten, bindend. Dit betekent dat het testament of de erfovereenkomst niet meer door de langstlevende kan worden gewijzigd. In de regel kan de langstlevende ook geen nieuw testament meer opstellen. In Nederland kent men deze regeling niet.
In beide rechtsstelsels bestaat er een legitieme portie. Legitieme portie betekent dat bepaalde personen, indien ze bij testament of erfovereenkomst zijn onterfd, wettelijk recht hebben op een deel van de erfenis. Deze regeling is bedoeld om de naaste familieleden te beschermen. In Nederland hebben de echtgenoot en de kinderen van de overledene recht op een legitieme portie. Naar Duits recht hebben ook ouders recht op een legitieme portie. Zowel in Nederland als in Duitsland bedraagt de legitieme portie de helft van het wettelijke erfdeel. Als een vader bijvoorbeeld een dochter en een zoon maar geen vrouw achterlaat, erven beide kinderen naar Nederlands recht elk de helft van de nalatenschap. Als de vader in een testament bepaalt dat de dochter alles krijgt, wordt zij bij het overlijden van de vader de enige eigenaar van zijn gehele nalatenschap. De zoon kan echter zijn legitieme portie opeisen. In dat geval moet de zus aan de broer de helft in geld betalen van wat de zoon volgens de wet zou hebben geërfd, namelijk een kwart van de nalatenschap. De zoon heeft dus geen aanspraak op specifieke bestanddelen van de nalatenschap, maar wel op het bedrag in geld.
Sinds 2015 is de Europese erfrechtverordening van kracht. Volgens die verordening wordt het toepasselijke erfrecht na het overlijden van een persoon op basis van zijn of haar laatste woonplaats bepaald. De nationaliteit speelt hierbij geen rol. Dit geldt ook voor personen die geen EU-burgers zijn, maar hier wonen. Wanneer dus iemand uit Duitsland, Italië of Oeganda in Amsterdam woont, is na zijn of haar overlijden op iedereen Nederlands erfrecht van toepassing.
De Europese erfrechtverordening staat een rechtskeuze toe, maar alleen voor het recht van het land waar men is geboren. Een in Duitsland woonachtige Nederlandse kan daarom in haar testament een keuze voor het Nederlandse erfrecht maken. Aangezien in Duitsland heteroseksuele partnerschappen – anders dan in Nederland – niet met het huwelijk gelijkgesteld zijn, kan een dergelijke rechtskeuze zinvol zijn om te voorkomen dat ouders recht hebben op een legitieme portie. Vooral in grensoverschrijdende situaties, dat wil zeggen wanneer het recht van meerdere landen van toepassing kan zijn, is het daarom raadzaam om juridisch advies in te winnen om dit zo goed mogelijk te regelen.
Manfred Richter,
Rechtsanwalt & Notar
+49 (5971) 80161 - 0
manfred.richter(at)alpmann-froehlich.de Internet: www.alpmann-froehlich.de
Met vriendelijke toestemming van het Kantoor alpmann-froehlich.de
Erfrecht en belasting voor Nederlanders in DuitslandBelangrijke onderwerpen zijn het toepasselijke recht bij grensoverschrijdende erfenis, wettelijke en testamentaire erfopvolging, de soorten testament, rechtskeuze, vermogensoverdrachten en tal van andere belangrijke vraagstukken meer
Gaarne zouden wij u ook bij de aankoop van een huis in Duitsland mogen begeleiden - zoals reeds meer dan 350 Nederlanders in de laatste jaren
Wilt u zo snel mogelijk gebruik maken van onze service neem dan contact op
Recente reacties