De gedwongen veiling / verkoop van een gezinswoning in Duitsland

De – gedwongen – veiling/verkoop van een gezinswoning (Teilungsversteigerung)

Veel Nederlandse echtparen dan wel Duits-Nederlandse echtparen hebben in Duitsland gezamenlijk een woning gekocht.   In het geval deze echtgenoten ten aanzien van het huwelijksvermogen geen andersluidende (huwelijkse) voorwaarden zijn overeengekomen, kan op de verdeling van het huwelijkse vermogen van deze echtgenoten Duits recht van toepassing zijn.

Dat is bijvoorbeeld het geval, indien de echtgenoten hun eerste gezamenlijke woonplaats in Duitsland hadden of indien Nederlandse echtgenoten langer dan tien jaren in Duitsland hebben gewoond.

Zelfs indien Nederlands recht op de afwikkeling van het huwelijkse vermogen van toepassing is, komt vroeg of laat toch de vraag aan de orde op welke wijze de gemeenschappelijke eigendom over het zich in Duitsland bevindende onroerende goed, ook tegen de wil van de ander, moet worden verdeeld.

Vaak is het zo, dat in het geval van een scheiding of een verbreking van de relatie een van de echtgenoten respectievelijk partner weigert, aan een regeling mee te werken, zoals bijvoorbeeld de verkoop van de woning of de overdracht van zijn aandeel in de eigendom aan de andere echtgenoot. In deze gevallen resteert dan vaak als enige mogelijkheid een executieverkoop van de woning (de zogeheten ‘Teilungsversteigerung’), om zo tot een verdeling van het onroerend goed te komen.

Dit leidt voor veel Nederlanders tot een onacceptabele uitkomst. Naar Nederlands recht, heb je in zulke gevallen namelijk de mogelijkheid om,

  • via een door de rechtbank aangewezen notaris – en eventueel met behulp van advocaten – een verdeling te bewerkstelligen,
  • door de rechtbank vast te laten leggen, dat het onroerende goed (in voorkomend geval na uitkoop en ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid) aan één van de echtgenoten wordt toebedeeld;
  • door de rechtbank vast te laten leggen, dat het onroerend goed met behulp van een makelaar zal worden verkocht, waarbij de andere echtgenoot wordt verplicht om mee te werken aan de verkoop dan wel dat de rechtbank vervangende toestemming verleent.

Zulke mogelijkheden, waarbij de rechtbank op verzoek van één van de partijen een van de hierboven genoemde beslissingen neemt, kent het Duitse recht simpelweg niet. Alsdan resteert als laatste optie voor de verdeling van het gezamenlijke onroerend goed alleen de gedwongen verkoop (executieveilig).   Een dergelijke executieveiling (‘Teilungsversteigerung’) is een uitzondering van de gewone executieveiling, waarbij de verzoeker in dit geval niet één van de in het kadaster ingeschreven crediteuren is, maar één van de mede-eigenaren zelf.   Het recht van ieder der eigenaren om een ‘Teilungsversteigerung’ aan te vragen, kan worden afgeleid uit het gemeenschapsrecht (§§ 749, 753 Bürgerliches Gesetzbuch – BGB), op grond waarvan iedere deelgenoot het recht heeft, te allen tijde, om het opheffen van de gemeenschap te verlangen. Het maakt daarbij niets uit hoe groot het aandeel in de eigendom is van de verzoekende partij.   ‘Teilungsversteigerungen’ komen voornamelijk in het kader van echtscheidingen voor en in erfrechtelijke verdelingszaken.   Ten aanzien van deze vorm van executieveiling geldt in sterke mate naar analogie de wet op de gedwongen verkoop (‘Zwangsversteigerungsgesetz – ZVG’), waarbij de verzoeker als crediteur en de verweerder als debiteur wordt behandeld.  De bijzondere bepalingen ten aanzien van de ‘Teilungsversteigerung’ worden slechts in  de paragrafen §§ 180 bis 185 ZVG besproken.   Daarbij wordt niet alleen het eigendomsaandeel van de verzoeker geveild, maar het hele onroerend goed (grondstuk inclusief de woning).   De ‘Teilungsversteigerung’ is dan ook beëindigd op het moment dat het grondstuk geleverd is en de opbrengst voor de veiling is ontvangen. De rechtbank bemoeit zich dan niet meer met de verdeling van de opbrengst. Het geld wordt weliswaar aan de oud-eigenaren uitbetaald, maar alleen indien zij overeenstemming hebben, over de verdeling van de opbrengst.   Indien partijen echter geen regeling kunnen treffen, dan wordt de opbrengst bij de rechtbank in depot gehouden. Partijen zullen in dat geval dan na de beëindiging van de veiling nog om de verdeling van de opbrengst moeten procederen.   In het kader van een de ‘Teilungsversteigerung’ op zich volgt dus geen verdeling van de opbrengst! In deze veiling procedure worden er ook geen andere vermogensrechtelijke geschillen van de partijen opgelost (zoals bijvoorbeeld de aanspraak op ‘Zugewinnausgleich’ – vergelijkbaar met het Nederlandse wettelijk deelgenootschap -, gebruiksvergoeding enz.).   Deze vragen zullen indien nodig in een afzonderlijke gerechtelijke procedure moeten worden voorgelegd.

Met vriendelijke toestemming van het kantoor Dijks Leijssen Advocaten & Rechtsanwälte te Enschede en van de Auteur RAin D.A. Küsener

Het orginele bericht van het kantoor Dijks Leijssen Advocaten & Rechtsanwälte en van de Auteur RAin D.A. Küsener  kunt u hier ook nalezen Link opent in een nieuw venster 

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op