Bij de levering van telecommunicatie, radio, televisie en internet diensten gelden sinds 2015 de belastingregels van de staat waar de particuliere afnemer woonachtig is of waar deze normaler wijze verblijft. Dit was al van toepassing voor internet diensten via leveranciers uit andere landen die worden afgenomen door particulieren en/of ondernemingen uit EU landen. Hierdoor zullen de voortaan de omzetbelastingtarieven van de staat waar de dienst word afgenomen gelden en niet meer die van de vestigingsplaats van de leverancier. Dit betekend dat ondernemingen aangifte van omzetbelasting moeten doen in de EU-lidstaat waarin ze deze diensten aanbieden en voldoen aan de desbetreffende melding en aangifte verplichtingen, of ze kunnen gebruikmaken van de speciale vereenvoudigde regeling Mini-One-Stop-Shop
De speciale Mini-One-Stop-Shop regeling maakt het ook mogelijk voor in Duitsland gevestigde bedrijven met een bijzonder belastingaangifteformulier aangifte te doen van de uit overige EU-lidstaten behaalde omzet die onder deze specialregeling valt. Dit aangifteformulier kan via internet naar de centrale belastingdienst (Bundeszentralamt f r Steuern ) verzonden worden en gezamenlijk met de overige belastingaangifte worden behandeld. Deze regeling geldt alleen voor omzet die behaalt word uit EU-lidstaten waarin de onderneming geen bedrijfsvestigingen heeft.
BRON: BUNDESZENTRALAMT FÜR STEUERN – VERTALING : GERRIT VAN DER KROL
Het Duitse Consumenten- en Ondernemersvertrouwen heeft ook in april 2015 weer verder toegenomen.
Een belangrijke factor zijn de private consumptie bestedingen.
De huizenprijzen in de eurozone zijn in het tweede kwartaal van dit jaar met gemiddeld 2,2 procent gedaald op jaarbasis. Voor de gehele EU was dit een daling van 1,3 procent. Dat meldde het Europese statistiekbureau Eurostat .
Nederland behoorde tot de EU-lidstaten waar de huizenprijzen op jaarbasis het sterkst daalden.
In Duitsland zijn de huizenprijzen met name in de grote steden nog steeds in de lift
De prognoses voor de Duitse economie blijven positief. Tot 2019 rekent de regering in Berlijn met een gemiddelde toename van het BNP van 1,3 %. Wat de bouw- en installatiebranche betreft zijn de onderzoeksinstituten optimistisch. Raming is dat de bouwinvesteringen dit jaar met 2,2 % zullen toenemen. Voor iedereen die nieuwe markten wil aanboren liggen hier kansen.
Maar werk uitvoeren in Duitsland betekent wel opletten op de vaak iets andere regelgeving. Niet alleen moeten bedrijven uit alle branches sinds 1 januari 2015 een minimumloon van € 8,50 bruto betalen. Ook bestaat dan zonder uitzondering voor de hele bouwbranche de verplichting, ieder project vooraf bij de Bundesfinanzdirektion West in Keulen aan te melden en tevens te allen tijde Duitstalige documenten per werknemer in Duitsland gereed te houden. Door deze nieuwe regeling komt er meer duidelijkheid voor iedereen die in Duitsland projecten uitvoert.
Lees meer op de website van Strick – Rechtsanwälte & Steuerberater
Bron: www.strick.de
Zitten die Duitsers nou op ons te wachten ?
Duitsland is anders en Duitsers denken anders. Daar moet je wel rekening mee houden. De Nederlandse grondhouding is dat je elkaar vertrouwt, in Duitsland is in het zakenleven veel gebaseerd op wantrouwen. Wij zijn meer (eerder…) ondernemend waar een Duitser meer afwachtend is. Eerst alles “gründlich” onderzoeken .
Veel Nederlanders denken dat de onderhandelingen al begonnen zijn als zij een bod uitbrengen en direct 20% van de prijs af doen waar een Duitser nog niet aan het zaken doen denkt. Zoals eerder op dit blog geschreven: Voor het woord vraagprijs bestaat geen Duits woord…….
Uit het ware leven:
Gisteren ben ik, zoals bijna dagelijks, weer met klanten onderweg geweest op zoek naar hun droomhuis. De klant droeg een kippa en de Duitse eigenaar zij:
Darf ich fragen, sind Sie Jude ? Antwoord : Ja –
De eigenaar, een Duitser (+-60 jaar oud) : Ich habe nichts gegen Juden !
Nou ja, dat is duidelijk. Lass mal sitzen… !
——————————————————————-
Opmerking: Wij hebben toch ook niets tegen Duitsers, of wel ?